Naar de inhoud

Begrippen in de kinderopvang, in gewone taal

In de kinderopvang hoor je veel afkortingen: BKR, VE, LRK. Hier staat per begrip kort wat het betekent en wat je eraan hebt bij het kiezen, met de officiële bron erbij. Gecontroleerd op 27 oktober 2026.

Landelijk Register Kinderopvang (LRK)

Het register waarin elk kinderdagverblijf, elke bso, elk gastouderbureau en elke gastouder in Nederland moet staan. Alleen voor opvang in het register krijg je kinderopvangtoeslag. Per locatie staan er onder meer het aantal kindplaatsen en de inspectierapporten van de GGD. Alle opvang op Kwip komt uit dit register. Bron: landelijkregisterkinderopvang.nl.

GGD-inspectie

De GGD controleert namens de gemeente of een opvang zich aan de kwaliteitsregels houdt. De rapporten zijn openbaar en staan per locatie in het Landelijk Register Kinderopvang; op elke locatiepagina van Kwip staat de link. Lees vooral wat er niet in orde was en wat de opvang daarmee deed, en vraag ernaar bij de rondleiding.

Beroepskracht-kindratio (BKR)

Hoeveel pedagogisch medewerkers er minimaal op een groep moeten staan bij een bepaald aantal kinderen. Hoe jonger de kinderen, hoe meer medewerkers. Omdat het afhangt van de leeftijden in de groep, rekent de overheid het uit met een eigen rekenhulp: 1ratio.nl. Bron: Rijksoverheid, kwaliteit kinderopvang.

Drie-uursregeling

Een kinderdagverblijf mag per dag hoogstens 3 uur minder medewerkers inzetten dan de BKR voorschrijft, bijvoorbeeld bij het begin en einde van de dag. Een bso mag dat alleen op dagen met opvang de hele dag, zoals in de schoolvakanties. De tijden staan in het pedagogisch beleidsplan. Bron: Rijksoverheid.

Vaste gezichten

Een kind onder de 1 jaar krijgt hoogstens 2 vaste pedagogisch medewerkers, van wie er elke dag minstens één op de groep werkt. Vanaf 1 jaar zijn dat er hoogstens 3. Bij grotere teams mag het iets meer zijn. Zo ziet je kind elke dag bekende mensen. Bron: Rijksoverheid, vaste gezichten en groepen.

Mentor

Elk kind heeft een mentor: een van de eigen pedagogisch medewerkers, die de ontwikkeling van je kind volgt en die regelmatig met jullie bespreekt. Vraag bij de rondleiding wie de mentor wordt en hoe vaak jullie praten. Bron: Rijksoverheid.

Pedagogisch beleidsplan

Elke opvang legt in een pedagogisch beleidsplan vast hoe ze werkt: hoe ze kinderen begeleidt, hoe groot de groepen zijn, hoe het wennen gaat en op welke tijden de drie-uursregeling geldt. Je mag het inzien; vraag ernaar bij de rondleiding. Bron: Besluit kwaliteit kinderopvang.

Voorschoolse educatie (VE)

Een programma voor peuters vanaf 2,5 jaar die extra steun kunnen gebruiken, bijvoorbeeld bij taal. Een kind kan dan in anderhalf jaar minstens 960 uur voorschoolse educatie krijgen, ongeveer 16 uur per week. De gemeente of het consultatiebureau bepaalt welke kinderen in aanmerking komen. In het register staat per kinderdagverblijf of het VE aanbiedt; Kwip toont dat bij elke locatie. Bron: Rijksoverheid, Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

Oudercommissie

Een groep ouders die de opvang adviseert, bijvoorbeeld over kwaliteit, openingstijden en de prijs. Een oudercommissie is in de regel verplicht; bij kleine opvanglocaties gelden uitzonderingen. Vraag bij de rondleiding of er een is en hoe je meedoet. Bron: Rijksoverheid, de rol van ouders.

Gastouder en gastouderbureau

Een gastouder vangt kinderen op in een huis, het eigen huis of dat van jullie. Een gastouder mag hoogstens 6 kinderen tegelijk opvangen, met grenzen voor de jongsten en eigen kinderen die meetellen. Een gastouderbureau zoekt een gastouder die bij jullie past, begeleidt de gastouder en regelt de betaling. Voor gastouders die na 1 juli 2026 beginnen, gelden nieuwe eisen. Bron: Rijksoverheid, kwaliteit gastouderopvang.

52 of 40 weken, vast of flexibel

Opvanglocaties bieden verschillende pakketten. Met 52 weken heb je het hele jaar opvang; met 40 weken alleen in de schoolweken, wat vooral bij de bso voorkomt. Bij vaste dagen heeft je kind elke week dezelfde dagen; bij flexibele opvang kies je de dagen zelf, vaak met een minimum. Wat een pakket kost en wat erbij zit, verschilt per opvang. Vraag het bij de rondleiding, of kijk bij de opvang op Kwip als die het zelf heeft opgegeven.

Maximale uurprijs en toetsingsinkomen

De kinderopvangtoeslag vergoedt een deel van de uurprijs, tot een maximale uurprijs per soort opvang. Hoeveel procent je krijgt, hangt af van het toetsingsinkomen: voor de meeste ouders ongeveer het bruto jaarinkomen van jullie samen. Met de rekenhulp zie je wat jullie zelf betalen.

Vragen over de regels

Wat is de drie-uursregeling?

Een kinderdagverblijf mag per dag hoogstens 3 uur minder pedagogisch medewerkers inzetten dan de beroepskracht-kindratio voorschrijft. Een bso mag dat alleen op dagen met opvang de hele dag, zoals in de vakanties. De tijden staan in het pedagogisch beleidsplan.

Hoeveel vaste gezichten heeft een baby?

Een kind onder de 1 jaar krijgt hoogstens 2 vaste pedagogisch medewerkers, van wie er elke dag minstens één op de groep werkt. Vanaf 1 jaar zijn dat er hoogstens 3; bij grotere teams iets meer.

Hoeveel uur voorschoolse educatie krijgt een peuter?

Een peuter die in aanmerking komt, kan vanaf 2,5 jaar in anderhalf jaar minstens 960 uur voorschoolse educatie krijgen. Dat is ongeveer 16 uur per week.

Hoeveel kinderen mag een gastouder opvangen?

Hoogstens 6 kinderen tegelijk, met extra grenzen voor kinderen onder de 4, onder de 2 en onder de 1 jaar. Eigen jonge kinderen van de gastouder tellen mee.

Meer uitleg in de kennisbank

Alle artikelen in de kennisbank